Moet ik mijn buur raadplegen om een afsluiting te plaatsen?

Men heeft daartoe de toestemming van zijn buren niet nodig, voor zover men zich houdt aan enkele regels.
Overleggen met je geburen is in principe enkel nodig indien men de tuinafsluiting gemeenschappelijk wil maken.
In steden en voorsteden kan men zijn gebuur zelfs verplichten bij te dragen tot het bouwen en herstellen van een scheidingsmuur. 
Heeft men niet de bedoeling een gemeenschappelijke afsluiting te plaatsen, dan gaat men als volgt te werk.
Afsluitingen in platen, tralies, schermen of draadwerk kunnen tot aan de scheidingslijn geplaatst worden
Als men een gracht graaft, dan moet men tussen de gracht en het naburig erf half zoveel afstand laten als de greppel diep is.
Wanneer het naburig erf een landbouwgrond of een hellend terrein is, moet die afstand even groot zijn als de gracht is.
De greppel moet zodanig aangelegd zijn, dat hij een glooiing heeft aan de kant van de buur, en een normale afwatering niet verhindert.
Een haag moet op minstens vijftig centimeter van de scheiding worden geplant, om te voorkomen dat men de buur zou hinderen bij het snoeien.
Hoogstammige bomen mogen slechts door een vast en erkend plaatselijk gebruik op een bepaalde afstand worden geplant.
Wanneer zo’n gebruik niet voorhanden is mogen zij slechts op twee meter van de scheidingslijn worden geplant.
De eigenaar van de afsluiting, kan altijd, buiten de tijd dat de vruchten te velde staan, het erf van zijn buur betreden om de haag te snoeien, of een afsluiting te herstellen.
Als het naburig erf afgesloten is, dan moet de overgang worden gevraagd aan de buur, die de plaats daartoe zal aanwijzen.
In geval van weigering mag men toch betreden, behoudens vergoeding van eventueel veroorzaakte schade.
Hou steeds rekening met plaatselijke gebruiken die hiervan kunnen afwijken.