BEN-normen

Vanaf 1 januari 2021 moet elke nieuwbouwwoning in Vlaanderen aan de strenge BEN-normen voldoen. Dat zal bouwen opnieuw duurder maken, tenzij u grote ramen achterwege laat.

De afkorting BEN staat voor bijna energieneutraal. BEN-woningen verbruiken slechts een minimale hoeveelheid energie voor verwarming, koeling, warm water en ventilatie. Een deel van de energiebehoefte is afkomstig uit hernieuwbare bronnen.

De strengere BEN-normen worden een verplichting vanaf 2021.

Echter, uit de praktijk blijkt dat meer dan de helft van de recente nieuwbouwwoningen nu al voldoen aan de BEN-normen.

De projecten waarvoor een bouwaanvraag werd ingediend in 2016, en die in de periode 2018-2019 werden opgeleverd, hebben een gemiddeld e-peil van 28, terwijl de norm 30 is. 

Maar de wetgeving over BEN-woningen wordt verder aangescherpt. Sinds 2018 is er een nieuwe maatstaf bijgekomen: het S-peil of schildpeil.

Die parameter drukt de energie-efficiëntie van de bouwschil uit, zoals de buitenmuren, de vloer en het dak.

Voor 2020 is een S-peil van 31 vereist. In 2021 wordt de norm echter scherpgesteld op 28.

Hoe lager het S-peil, hoe minder warmte een woning verliest.

BENOveer met bouw-portaal

Zonnepanelen

Aan het e-peil verandert niets. Dat blijft vastliggen op 30. Die norm is relatief makkelijk haalbaar volgens architecten. Ook voor vrijstaande villa’s. Al doet men het e-peil soms op een ietwat artificiële manier dalen. Zo kan een woning een e-peil van 50 hebben, maar door de plaatsing van voldoende zonnepanelen daalt de score tot 30.

Om het e-peil met 20 punten te doen dalen zijn zonnepanelen met een productie van 4 kilowatt piek vereist. Daarvoor zijn 13 zonnepanelen nodig.

Dat geeft toch een ambigue situatie. In die woningen wordt een grote hoeveelheid groene stroom geproduceerd in de warmere maanden.

En dat is nu net de tijd van het jaar waarin de bewoners die stroom zelf niet nodig hebben.

Verloren is die stroom natuurlijk niet. Het teveel aan elektriciteit wordt op het net gezet.

Een S-peil van 28 wordt wel een lastig criterium, zeker voor vrijstaande woningen.
Appartementen en rijwoningen kunnen wel makkelijk aan die norm voldoen, maar voor vrijstaande villa’s gaan we uitdagende tijden tegemoet.
We zien nu al dat een S-peil van 31 niet evident is voor huizen met grote raampartijen. Een S-peil van 28 zal dus best pittig worden.

Om het S-peil zo laag mogelijk te krijgen moet je compact bouwen en te grote raampartijen vermijden, zeker aan de noordkant van de woning.

Aan de zuid- en westkant mogen de ramen al iets ruimer zijn, maar dat moet je dan combineren met zonnewering.

Kubus of iglo

Het design van de buitenschil bepaalt hoe efficiënt het gebouw in elkaar zit. Vanuit energetisch standpunt kan u best voor een kubus of ronde woning kiezen. Een ronde vorm is ideaal: het oppervlak van de buitenwanden wordt beperkt gehouden en dat geeft minder warmteverlies. Maar ronde woningen beantwoorden niet aan standaardmaten. Er zijn architecten die zich nu en dan eens aan een ronde villa wagen, maar door de afwijkende ronde vormen gaan de bouwkosten fel de hoogte in.

Om het energetisch verbruik te optimaliseren kiezen de meeste mensen voor een kubusvormige woning. Liefst een strakke kubus zonder inhammen of elementen die uit de gevel springen. De ramen mogen niet te ruim zijn, raamoppervlakte van maximaal 30 procent van het totale vloeroppervlak is richtinggevend.

Sommige architecten vinden dat een S-peil van 28 hun creativiteit beperkt. Hun projecten zijn doorgaans hedendaagse villa’s met riante raampartijen, waar het daglicht naar binnen stroomt. Vaak met ramen geïntegreerd in de vloeropbouw en lopen ze ook nog eens hoger door dan het plafond.
Dit is handig om extra licht naar binnen te halen en het helpt ook de ruimte te vergroten.
Wie een compacte woning met bescheiden ramen bouwt, hoeft geen forse stijging van de bouwkost te verwachten, ook niet in 2021 of later.
Ramen werken nu eenmaal prijsverhogend. Op zich zijn ramen al beduidend duurder dan metselwerk.
Bovendien zijn er ook nog bijkomende kosten voor het schrijnwerk. Daar bovenop moeten we ons vanaf 2021 richten op een S-peil van maximaal 28. Riante ramen zullen dan moeten worden gecompenseerd door extra dikke isolatie.

Minieme energiebesparing

Hoogrendementsglas helpt uiteraard om het S-peil te doen zakken, maar niet in die mate dat men dan ineens hele wanden in glas kan voorzien. Een gemetselde muur isoleert nog altijd vier keer beter dan hoogrendementsglas.

Wie er goede redenen voor heeft, zal ook in de toekomst voor grote raampartijen kiezen.

Als een bouwgrond uitkijkt over de velden of op natuurgebied, dan zou het bijna zonde zijn om geen grote ramen te zetten.

De raampartijen kunnen dan worden gecompenseerd door de buitenwanden extra te isoleren.

Even een simulatie: Een bouwheer die als compensatie 16 centimeter muurisolatie moet plaatsen, in plaats van 14 centimeter. In het dak moet hij 24 centimeter isolatie steken, in plaats van 12 centimeter. En de ramen moeten worden uitgewerkt in driedubbel glas.
Alle extra’s samen zorgen voor een meerkost van 9.000 euro, terwijl de extra energiesparing slechts 55,- euro zou opbrengen op jaarbasis.

Als de bouwheer er niet in slaagt het vereiste S-peil te halen, wordt een boete opgelegd. Soms moet de bouwheer gaan rekenen: nog meer isoleren en extra investeren of toch maar de boete betalen?

Bijna Energieneutraal bouwen

BEN = bijna-energieneutraal. Concreet mogen BEN-woningen vandaag maximaal een e-peil van 30 halen en een S-peil van 31.

Het e-peil geeft het energieprestatiepeil van uw woning weer.

Hoe kleiner de waarde, hoe energiezuiniger uw woning. De norm van 30 blijft ook de komende jaren behouden.

Het S-peil drukt de energie-efficiëntie van de buitenschil uit. Hoe beter een woning geïsoleerd is, hoe kleiner de warmteverliezen.

Dat geeft een lager S-peil. En hoe lager, hoe beter.

Vanaf 2021 wordt een S-peil van 28 de norm.