Gevel metselwerken

Je gevel bepaalt het uitzicht van je woning. Het is het visitekaartje van je huis.

De manier waarop de gevelstenen geplaatst werden, is dus zeker niet onbelangrijk.

Maak kennis met de drie vaakst gebruikte technieken voor de plaatsing van gevelstenen.

Traditioneel metselwerk

Lange tijd gebruikten metselaars vooral deze techniek. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor de voegen tussen de gevelstenen. Met hun dikte van 10 tot 12 mm beslaan ze tot wel 25 procent van de gevel en bepalen ze dus in grote mate het uitzicht. De keuze van de voeg is dus even belangrijk als die van de gevelsteen. Zo stem je de kleur van de voeg best af op de kleur van de gevelsteen. Een lichte voeg zal bijvoorbeeld de (donkere) kleur van de gevelstenen benadrukken. Omgekeerd, geeft een donkere voeg een donkere uitstraling aan je gevel. Voegen en gevelstenen in dezelfde kleur (toon op toon) zetten tot slot de intensiteit van de kleur in de verf.

Vandaag bestaan er ook traditioneel gemetselde gevelstenen met dunne voegen van 4 à 5 mm. Om dit visuele resultaat te bekomen, wordt een deel van de gevelsteen uitgehold waarin de mortel wordt aangebracht. Deze techniek levert een dubbel voordeel op: je gevel wordt op de traditionele manier gemetseld en de bakstenen hoeven achteraf niet meer gevoegd te worden.

Verlijmd metselwerk

Bij de verlijmde verwerkingstechniek worden de gevelstenen aan elkaar gelijmd met mortellijm. Het zorgt voor een voegloze gevel, waarbij de stenen gewoon op elkaar gelegd lijken te zijn. Het resultaat is een gevel die alle aandacht krijgt die hij verdient.

Lijmmortel wordt aangebracht met een spuitpistool of een spuitzak. De ideale voeghoogte bij verlijming is 5 mm. Gevels met verlijmde bakstenen hebben drie voordelen: geen witte vlekken op het oppervlak van de gevelstenen, geen kalkaanslag en een hogere duurzaamheid.

Metselwerk met dunne voegen

Een alternatief voor verlijming is metselwerk met dunne voegen. Daarbij wordt een speciale mortel met een klein truweel aangebracht.

Samenstelling van deze dunbedmortel zit tussen die van lijmmortel en cementmortel.

Doordat de mortel verzonken aangebracht wordt, voeg is dus hol, hoeven de muren achteraf niet meer ingevoegd te worden.

Deze dunne voegen zijn doorgaans 5 tot 8 mm hoog. Hoe dunner de voeg, hoe sterker het visuele effect.

Vorm en kleur van de gevelstenen komen dan volop tot hun recht.

Voor  gevelstenen met een onregelmatige vorm is deze techniek beter geschikt dan de verlijmde plaatsing

Hoeveel bakstenen heb je nodig?

Het aantal gevelstenen dat je nodig hebt om een muur op te metselen, hangt af van het formaat, maar ook van de gebruikte techniek, metselen of verlijmen. 

Formaat

In de loop der tijd zijn er veel formaten ontwikkeld.

Dit zijn de meest voorkomende:

° Module 50 van 188 x 88 x 48 mm

° Module 65 van 188 x 88 x 63 mm

° Waalformaat van 210 x 100 x 50 mm

° Waaldikformaat van 210 x 100 x 65 mm

Een nieuwkomer is het lang formaat van 240 x 65 x 40 mm, 240 x 90 x 40 of 510 x 100 x 40 mm.

Lange stenen zijn ideaal om horizontale lijnen te benadrukken.

Je kan dat effect zelfs versterken door de stenen tegen elkaar te metselen, zodat de kopvoegen wegvallen en er alleen horizontale lintvoegen overblijven.

Als je die voegen verdiept aanbrengt, ontstaat er een interessant schaduwspel.

Zowat alle fabrikanten leveren vandaag stenen met beperkte breedtes van 65 of 70 mm.

Een functionele vernieuwing om meer plaats te maken voor isolatiemateriaal of om aan bewoonbaar oppervlak te winnen.

Geen overbodige luxe gezien de hoge prijzen voor bouwgrond en de soms erg kleine percelen.

In een gemiddeld huis win je met smalle stenen algauw 3 tot 4 m².

Voegmethodes

Opvallende stenen vragen ook andere voegmethodes. Niet om technische redenen maar om de nadruk op de stenen te leggen.

Vandaar het succes van dun metselen en verlijmen.

Beide methodes gebruiken dunne voegen en leveren een gevel op met een massief uiterlijk.

Verlijmen

Verlijmen doe je met een lijmmortel. Een ideale voeghoogte bij verlijming is 5 mm. Lijmmortel wordt aangebracht met een pistool of een spuitzak. 

Deze lijm biedt een drie maal hogere hechtsterke dan dunmortel en is waterafstotend en dus ongevoelig voor mos.

Kans op uitbloeiing, witte vlekken op je gevel, is bij verlijmen heel gering.

Dunmetselen

Dunmetselen gebeurt met een aangepaste mortel, een samenstelling die tussen een lijmmortel en een gewone cementmortel zit.

Voeghoogte varieert van 5 tot 8 mm. Om een dunmortel aan te brengen, gebruik je een truweel.

Deze techniek is iets beter geschikt dan verlijmen, om grillige steenformaten met dunne voegen te verwerken.

Klassiek metselwerk

Ook klassiek metselwerk leent zich nu voor dunne voegen. Het geheim is een nieuwe steen met een uitgehold legvlak.

Aan de voorkant zit tussen de stenen maar 4 mm. De mortellaag zelf heeft de klassieke dikte van 12 mm.

Het voordeel is dat je voor dunne voegen niet langer een aannemer nodig hebt die kan verlijmen of dunmetselen.